Eske Koetje (1968) woont in Groningen en heeft haar atelier in Eelde/Paterswolde. Oorspronkelijk is ze opgeleid als docent Huishoudkunde en hovenier. In 2011 is zij afgestudeerd aan de kunstacademie Minerva te Groningen, richting autonome kunst.
Eske werkt figuratief en wordt geïnspireerd door gekende beelden zoals: Griekse- en Russische ikonen, het veestuk van de oude meesters en de Japanse tekenstijl manga. De werken zitten vol symboliek en zijn niet gespeend van humor en/of tragiek.
Ze werkt met acrylverf, houtskool, pastel en inkt op zowel groot als klein formaat. Met als drager mdf, papier en canvas.
Maart 2012
'Op dit moment leg ik me veelal toe op het maken van een vertaling van oude ruiterportretten. Het ruiterportret is een gekend beeld; we herkennen de machthebber op zijn paard.
Vroeger al imponeerde dit beeld me. Pas veel later realiseerde ik me dat deze hooggezeten wellicht niet die helden waren die de kunstenaar -en dan ook de geschiedenis- van ze maakte. Er zijn nog meer aspecten die me aanspreken in deze schilderijen zoals de vreemde onvolkomenheden, de overdreven pracht en praal, de theatrale poses en de vaak wonderlijke toevoegingen van engelen. In mijn vertaling van deze schilderijen benadruk ik of manipuleer ik de zaken die mij opvallen . Dit is mijn commentaar. Dit hoop ik met zekere humor en ironie te doen. Verder wil ik eigenlijk net als die oude meesters, visueel verleiden maar dan op mijn manier.'
Febr. 2011
IK MAAK SCHILDERIJEN VAN SCHILDERIJEN
'Als uitgangspunt voor mijn werk neem ik schilderijen van voor 1900.
In de loop van de tijd ben ik overgegaan op het schilderen met olieverf. Mijn schilderijen werden/worden steeds fijner met meer oog voor het detail.'
Jan 2010
'Momenteel intrigeren de schilderijen van de oude Meesters mij. De werken van Rembrandt, Vermeer en Potter zijn wereldberoemd en hun schilderijen behoren tot het Nederlands cultuurhistorisch erfgoed. Drommen scharen zich om de meesterwerken en mensen komen uit alle windstreken om de Nachtwacht, Het Melkmeisje en De Jonge Stier te bekijken. Als kind ging en ga je op excursie naar het Rijksmuseum en het Mauritshuis om deze schilderijen te bekijken, dat is een onderdeel van je opvoeding.
Als kind al hebben de oude meesters indruk op me gemaakt. Maar nog steeds kan ik me verbazen over deze werken: hoe ze zijn gemaakt, de finesse, de kleuren, de symboliek maar ook de mythevorming rondom deze schilderijen.
Ik hou van dingen die me imponeren, me ontzag inboezemen en overrompelen. Met verwondering en open mond ergens naar kijken. De schilderijen van de oude meesters behoren hiertoe, maar ook kathedralen, een prachtige popster of een enorme eik. Ook archetypen zoals de Moeder of de Held fascineren me. Een zekere theatraliteit en dramatiek schuw ik niet, graag kijk ik naar architectuur en schilderijen uit de barok, dit is gemaakt om te imponeren en je nietig te doen voelen.
Als ik al mijn werk bekijk, verbeeld ik iconen. Niet alleen heb ik het religieuze icoon verbeeld zoals we die kennen uit de katholieke kerk, maar ook andere iconen zoals Marilyn Monroe. Schilderijen van de oude Hollandse meesters beschouw ik ook als iconen, ze vertegenwoordigen de beeldtaal van- en de Nederlanden uit de 16e t/m de vroeg 18e eeuw.
Het Veestuk is een geheel eigen genre. Dit genre boeit me. In het veestuk neemt viervoetig vee (vooral runderen, maar ook schapen, geiten en varkens) een prominente plaats in.
Het bekendste veestuk is 'de Jonge stier' van Paulus Potter. De meeste veestukken pretenderen niet meer of minder te zijn dan vee in het bekoorlijk landschap. Toch prikkelt menig voorstelling de fantasie en het is niet ondenkbaar dat de schilder allerlei toespelingen maakt. Bijvoorbeeld de jonge stier van Potter zou het strijdbare Holland kunnen voorstellen en tegelijkertijd een vingerwijzing naar de oorzaak van de welvaart van Nederland, de veehouderij*.
Het veestuk ervaar ik als een wereld op zich. Wellicht verlang ik terug naar de vroegere tijden, naar bloemrijke weiden en schone lucht. Ik wil met mijn werk een utopische wereld maken. Daarnaast wil ik beschouwer prikkelen en allerlei diepzinnigheden meedelen door middel van de symboolfunctie van het verbeelde.
De gelaagdheid van mijn tekeningen wil ik versterken door te werken met verschillende lagen van droge- en natte mediums. Allereerst maak ik een basisschildering van inkt en dunne acryl. Daarna werk ik het geheel uit met houtskool, verf en pastel. De tekeningen worden gemaakt in zwarten en witten. De reden hiervoor is dat ik met nuances van grijs wil werken en dat geen specifieke kleur de aandacht trekt. Het gaat mij nu niet om de kleuren, maar om de afbeelding.
Het kan zijn dat over het papier druipers lopen, dat hier en daar krasserig getekend is en dat de tekening gebobbeld is. Misschien dat er boven en onder bij de randen van het papier zijn nog resten van plakband of gaatjes van spijkers zijn te ontdekken. Dit zijn herinneringen van het maken van de tekening in het atelier. Het contrast tussen uitgewerkte stukken en minder nette delen vind ik interessant, in mijn ogen versterken ze elkaar.'
* dr Boschma e.a ' Meesterlijk vee, Nederlandse veeschilders 1600-1900'
Klik hier om terug te gaan naar de hoofdpagina.